Browse Prior Art Database

Afstelling van de oversteek van een spleetcoatingmatrijs

IP.com Disclosure Number: IPCOM000029350D
Publication Date: 2004-Jun-25
Document File: 9 page(s) / 101K

Publishing Venue

The IP.com Prior Art Database

This text was extracted from a PDF file.
At least one non-text object (such as an image or picture) has been suppressed.
This is the abbreviated version, containing approximately 34% of the total text.

Page 1 of 9

Afstelling van de oversteek van een spleetcoatingmatrijs

© 2004

Achtergrond

Een veelvoorkomend type coatinginstrument is de spleetextrusiematrijs waarvan representatieve publicaties in de referenties verderop gevonden kunnen worden. Een basisuitvoering is weergegeven in Figuren 1 en 2. Deze figuren zijn genomen uit U.S. 5,639,305 alwaar een uitleg van de referentienummers gegeven wordt. Vloeistof stroomt uit de matrijsspleet en vormt een coatingrups welke een brug vormt over de spleet tussen de matrijslippen en het substraat op de steunrol. Spleetmatrijzen zijn gedoseerde systemen, wat inhoudt dat alle vloeistof welke in de matrijs gepompt wordt op het substraat belandt. Een kritisch aspect bij het toepassen van spleetextrusiecoatingmatrijzen is de nauwkeurige afstelling van de matrijs voor optimaal coatgedrag, zoals bijvoorbeeld het verkrijgen van gelijkmatige dunne natte lagen of hoge coatingsnelheden. Oversteek (zie Figuur 3, welke is overgenomen van Fig. 6 uit het '305 patent gelabeld "O") wordt vaak toegepast in spleetcoating om de coatingprestatie te verbeteren en is een kritisch onderdeel van de precisieafstelling van de matrijs. De rest van deze publicatie beschrijft de apparatuur en processen met behulp waarvan de oversteek afgesteld en gemeten kan worden.

De oversteek instellen

De oversteek zelf kan op meerdere manieren ingesteld worden. Eén methode maakt op de volgende manier gebruik van de steunrol als refentieoppervlak:

(1) de ondermatrijs wordt in contact gebracht met de steunrol (d.w.z. dat er geen folie tussen zit en de bovenmatrijs is teruggetrokken);
(2) de ondermatrijs wordt teruggetrokken over een afstand ter grootte van de gewenste oversteek;
(3) de bovenmatrijs (en vulplaat indien aanwezig) wordt in contact gebracht met de steunrol); en
(4) de boven- en ondermatrijs worden op elkaar bevestigd, in het algemeen door de bouten aan te draaien.

Andere oppervlakken dan de steunrol kunnen als referentieoppervlak gebruikt worden. Bijvoorbeeld, een mechanische aanslag bevestigd aan een translatieslede kan gebruikt worden om de oversteek in te stellen (Figuur 4a). In dit geval, wordt de slede zodanig ingesteld dat zowel onder- als bovenmatrijs in contact zijn met de aanslag (het referentie oppervlak). Dit is het nulpunt voor de positiemeting. Vervolgens wordt de bovenmatrijs

Page 1 of 9

Page 2 of 9

ten opzichte van de ondermatrijs verplaatst over een afstand ter grootte van de gewenste oversteek.

Het referentieoppervlak kan verschillende vormen hebben om het instellen van de oversteek te vereenvoudigen. Bijvoorbeeld, een oppervlak met daarin aangebracht een stap ter grootte van de gewenste oversteek zorgt voor het aanbrengen van de oversteek wanneer zowel boven- als ondermatrijs ermee in contact gebracht worden. Het referentieoppervlak kan ook een radius hebben die overeenkomt met het gebogen voorvlak van de ondermatrijs (Figuur 4b).

Bij al deze methoden moet de aanslag of het referentieoppervlak zodanig hard zijn dat...